Heen naar de natuur

Mens en natuur hebben zich door de tijden heen steeds op een andere manier tot elkaar verhouden. In de oertijd was de mens letterlijk onderdeel van de natuur, aangezien de kennis van de natuur gelijk was aan de kennis over het leven. Immers, zonder die kennis overleefde je niet. Bij de uitvinding van de landbouw wijzigde dat: de natuur werd een voortbrenger, een moeder die op wonderbaarlijke wijze leefde en vruchten voortbracht, maar die je welzeker een beetje kon manipuleren. Kennis van de natuur werd mensgericht en efficiënter: kennis van technologieën werd even belangrijk als kennis van de natuur. Om toch in harmonie met haar te leven waren er offers om dankbaarheid te tonen, maar ook om goed te maken wat er aangericht was: het slachten van dieren of het bewerken van land.

In de Middeleeuwen werd de natuur gezien als een instrument van God: een kracht en een macht waarnaar je je moest schikken. In zekere zin verdween de échte magie, want alles werd toegerekend aan de Almachtige: alles was er omdat het zo gemaakt was, punt uit. In de nieuwere tijd vanaf de Renaissance kwam de mens er achter dat de natuur een systeem was met een logische bouw, met wetmatigheden en een interne dynamiek. Gaandeweg ontstond er een wetenschappelijk beeld van de natuur dat maakte dat de mens zichzelf steeds meer als los van de natuur ging zien.

Ten tijde van de Romantiek, in de 19e eeuw, was de industrialisatie in Europa in volle gang, en was het startsein gegeven voor een mens-natuurverhouding die tot op de dag van vandaag voortduurt: de mens – zichzelf geheel buiten de natuur plaatsend – pakt met zijn technologische middelen wat hij pakken kan en bekommert zich niet om de gevolgen voor het grotere ecosysteem. Niet verwonderlijk, daarom, is dat natuur door kunstenaars en andere gevoelige zielen steeds vaker werd gezien als een plek om naartoe terug te keren, als een plek waar het grillige en gevoelsrijke innerlijk van de mens zichzelf in kon hervinden: de natuur als plek voor de thuiskomst van de ziel, in overeenstemming gebracht met de ontzagwekkende eeuwigheid waar het bestaan zijn grondeloze grond in vindt. Vele componisten hebben werken gecomponeerd waarin deze houding klinkt: de natuur als idylle en als individuele gevoelsbron. Een fraaie opvatting, maar nog sterk individualistisch ingestoken, met de mens als centrale figuur bovendien.

En daar gaat het vervolgens mis, want over de 20ste eeuw kunnen we kort zijn: de mens heeft met nietsontziende grofheid de planeet tot een vuilnisbak gemaakt, zozeer zelfs dat we in een onomkeerbare fase van uitstervende dieren- en plantensoorten zijn beland. Het is daarom hoog tijd dat we onze houding tot de natuur veranderen. In deze concertreeks staan werken centraal die telkens een ander aspect van de verhouding mens-natuur tot expressie brengen, en die telkens laten zien hoe wij aangrijpingspunten kunnen vinden om onze rol te herbronnen.

Componist en dichter Micha Hamel schrijft speciaal voor deze concertreeks een aantal dichterlijke teksten die reflecteren op deze thematiek, en die een hedendaagse visie geven op de rol van de mens in zijn omgeving. Actrice Lidewij Mahler draagt deze teksten voor, waardoor de muziekstukken op originele wijze met elkaar verbonden worden.

Het programma duurt ± 75 minuten en is zonder pauze.

Programma

Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Uit symfonie no. 6 opus 68 (Pastorale): deel 1, allegro ma non troppo. Arr. Micha Hamel
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano

Carl Reinecke (1824-1910)
Uit Trio opus 274: Ein Märchen: andante
klarinet-hoorn-piano

Charles Koechlin (1867-1950)
Deux Nocturnes: Venise en Dans la Forêt
fluit-hoorn-piano

Felix Mendelssohn (1809-1847)
Uit Midsummer Night’s Dream: Scherzo
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn

Micha Hamel (b. 1970)
Cantilene
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano

Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Uit symfonie no.6 opus 68 (Pastorale): deel 4, allegro (Arr Micha Hamel)
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano

Gordon Jacob (1895-1984)
Uit zijn Sextet: Elegiac Prelude
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano

Foto: Nichon Glerum

Micha Hamel (1970) is componist, dichter en theatermaker. Zijn concertmuziek werd uitgevoerd door vrijwel alle belangrijke Nederlandse orkesten en ensembles. In 2008 toerde zijn tragische operette Snow White (Nederlandse Reisopera) met veel succes door het land. In 2012 was hij ‘Componist in focus’ op het Holland Festival, waarvoor hij twee avondvullende werken componeerde: een Requiem, en een interdisciplinaire voorstelling geïnspireerd op het schilderij De Rode Kimono van Breitner. Als maker bij theatergroep Orkater componeerde, bewerkte en schreef hij het avondvullende melodrama Een pure formaliteit (2014), en Het Zwarte Raam (2021). Zijn opera Caruso a Cuba (De Nationale Opera, 2019) werd door de nationale en internationale pers geprezen.

Hij publiceerde vijf dichtbundels bij uitgeverij AtlasContact, waarvan Toen het moest (2017) de recentste is. Ook maakt hij samen met animatiekunstenaar Demian Albers poëtische ervaringen voor Virtual Reality die op vele internationale festivals te zien zijn.

Aan Hogeschool Codarts Rotterdam deed hij onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen in de concertpraktijk en schreef daarover het boek Speelruimte voor klassieke muziek in de 21ste eeuw. Daarna onderzocht hij of games geschikt zijn om het publiek op een kwalitatieve manier te betrekken bij klassieke muziek. Sinds 2015 is hij lid van de Akademie van Kunsten van de KNAW, waar hij voorzitter van het tracé Kunst en Wetenschap is.

Lidewij Mahler studeerde in 2006 af aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie en is sindsdien werkzaam als actrice. Onder het grote publiek werd ze vooral bekend door haar rol in Moordvrouw en GTST, en haar rol als Ankie in de film Flirt leverde haar een nominatie op voor een Gouden Kalf. Ze speelt en maakt, zowel op het toneel als voor film en tv. Haar liefde voor muziek en musici leidde al meermaals tot sprankelende samenwerkingen.

Audiofragmenten

Share This