Mozart en geestverwanten

Van links naar rechts: Johannes Brahms, Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig Thuille

Programma

Johannes Brahms (1833-1897)
Variationen über ein Thema von Haydn op. 56a (1873) Arr. David Walter
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianoconcert in F groot nr. 11 KV 413 (1782) Arr. Guido Schäfer
-allegro
-larghetto
-Tempo di Menuetto
piano solo-fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn

Pauze

Ludwig Thuille (1861-1907)
Sextet opus 6 in Bes groot (1889)
-allegro moderato
-larghetto
-Gavotte: andante, quasi allegretto
-Finale: vivace
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano

Audiofragmenten

Mozart en geestverwanten

Brahms en Thuile voelden zich meer thuis in de klassieke traditie van hun geniale voorganger Mozart dan in die van tijdgenoten als Liszt en Wagner. Toch was met name Brahms wel degelijk een vernieuwer. Zijn harmonische vondsten en vooral zijn ritmiek waren erg modern in zijn tijd. 

Mozart’s Pianoconcert nr. 11 in F groot KV 413 is het tweede in een reeks van drie vroege concerten die hij schreef in het najaar van 1782 in Wenen. In ditzelfde jaar ging trouwde hij met zijn Constanze en overleed zijn vroegere leermeester Johann Christian Bach. In het pianoconcert KV 413, geschreven in een galante stijl, is de invloed van Johann Christian Bach op een aantal momenten nog hoorbaar. Toch toont het genie van Mozart zich in de overgang van een galante stijl naar plotselinge prikkelende harmonieën en abrupte wisselingen naar mineur. Het Hexagon Ensemble voert dit concert uit in een fraaie bewerking van Guido Schäfer voor piano solo, fluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn.

Met de reus Johannes Brahms komen we bij de meesterlijke Variaties op een thema van Joseph Haydn. Brahms laat hierin horen hoe groot zijn belangstelling was voor de variatie-vorm. In zijn kamermuziek en zijn symfonieën was deze in 1833 geboren componist de belangrijkste opvolger van Beethoven. Maar de genoemde Variaties op het bekende Sint Anthony koraal op. 56a was oorspronkelijk geen kamermuziekwerk, maar een orkestwerk. Hoewel Brahms ook een versie schreef voor twee piano’s. Na veel gedegen onderzoek blijkt langzamerhand dat het thema niet van Haydn afkomstig is. Lange tijd is het toegeschreven aan Ignaz Pleyel, maar ook dat blijkt achteraf niet te kloppen. Hoe het ook zij, Brahms heeft zijn opus 56a prachtig geschreven voor blazers en zo wordt de bewerking voor het Hexagon Ensemble een bijna orkestrale ervaring. Het arrangement is van de hand van David Walter.

En dan is daar Ludwig Thuille, de componist die inmiddels grotendeels in de vergetelheid is geraakt. Hij was een voetnoot in de biografie van zijn jeugdvriend Richard Strauss, met wie hij al in de jaren 1870 bevriend raakte. In zijn eigen tijd was Thuille een gewaardeerd componist. Zijn eerste muziekonderwijs kreeg hij van zijn vader, maar gezien zijn grote talent kwam hij snel terecht bij Joseph Rheinberger en werd in München een van de grondleggers van de neue Münchner Schule. Componisten als Ernest Bloch en Walter Braunfels behoorden tot zijn leerlingen. Thuille stierf vrij plotseling in 1907, maar had inmiddels wèl samen met Rudolf Louis een handboek over harmonieleer voltooid dat nog lange tijd in gebruik zou blijven. De muzikale ontwikkeling in zijn oeuvre, van traditioneel naar een meer vrije vorm, is goed te horen in zijn Sextet in Bes uit 1889. Thuille schreef zijn vriend Richard Strauss over het ontstaan van dit werk en hoezeer hij worstelde met de voortgang. Toen zijn opus 6 dan eindelijk gereed was, zorgde Strauss voor de première, waar Thuille zelf de pianopartij speelde. Het publiek reageerde enthousiast en dat kwam niet in de laatste plaats door het energieke en optimistische karakter van de muziek. De briljante finale moet de componist het gevoel hebben gegeven dat hij met dit Sextet inderdaad een nieuwe weg was ingeslagen. Het Hexagon Ensemble nam dit werk op cd op.

Share This