Voor het gebruik van de gedichten op deze site is toestemming gevraagd aan de uitgevers. Overname, verveelvoudigen en/of openbaar maken door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbenden op het auteursrecht is verboden.
Six Épigraphes Antiques.
Gebaseerd op de Chansons de Bilitis van Pierre Louÿs.
Vertaling : Ernst van Altena
Pour invoquer Pan, dieu du vent d’été
I Herderszang
Zingen wij nu een herderszang tot Pan, de god van
zomerwind. Ik hoed mijn kudde en Selenia de hare, in de
ronde schaduw van een trillende olijvenboom.
Selenia ligt languit in de wei. Soms staat zij op en draaft dan,
zoekt naar krekels, plukt bloemen af en kruiden, of wast
haar aangezicht in 't koele water van de beek.
En ik, ik wied de wol uit blonde schapenruggen en steek die
op mijn spinrok en ik spin. Traag zijn de uren. Een adelaar
wiekt langs de lucht.
De schaduw draait, laat ons de bloemenmand en ook de
kruik met melk verzetten en zingen wij een herderszang tot
Pan, de god van zomerwind.
Pour un tombeau sans nom
II De grafsteen zonder naam (Eerste versie)
Mnasidika voerde mij aan de hand de poorten van de stad
uit, tot aan een onverzorgd stuk land waarop een marmeren
zuiltje stond. En toen zei zij: 'Dit was mijn moeders
minnares.'
Dan voelde ik een diepe huivering en zonder haar hand los
te laten, boog ik mij langs haar schouder heen, om de vier
verzen te ontcijferen tussen het holle bekken en de slang:
'Het is de dood niet die mij heeft ontvoerd, het zijn de
Nimfen van de bronnen. Ik rust hier onder lichte aarde,
tesamen met het afgesneden haar van Xantho. Dat zij als
enige mij betreure. Ik noem u niet mijn naam.'
Lang zijn wij daar zo blijven staan, maar 't plengoffer
hebben wij niet gebracht. Want hoe kan men een onbekende
ziel oproepen uit de menigten der Hades?
II De grafsteen zonder naam (Tweede versie)
Mnasidika voerde mij aan de hand de poorten van de stad
uit tot aan een onverzorgd stuk land waarop een marmeren
zuiltje stond. En toen zei zij: 'Dit was mijn moeders minnares.'
Dan voelde ik een diepe huivering, en zonder dat ik mijn
hand liet glijden van onder haar borsten, boog ik mij
voorover om de vier verzen te ontcijferen tussen het holle
bekken en de slang:
'Het is de dood niet die mij heeft ontvoerd, het zijn de
Nimfen van de bronnen. Ik rust hier onder lichte aarde,
tesamen met het afgesneden haar van Xantho.
Mnasidika ging liggen op de grafterp met haar tunica tot aan
de gordel opgeschort; en met haar vingers sperde zij de
lippen van haar blonde sexe open, opdat mijn ingebrachte
mond haar daar het plengoffer kon laten sprenkelen.
Pour que la nuit soit propice
III De slaapster
Zij slaapt in haar verwarde haren, haar handen in haar nek
tesaamgevouwen. Droomt ze? Haar mond is iets geopend en
zij ademt zacht en kalm.
Met een klein vleugje zwanedons veeg ik, maar zonder haar
te wekken, de transpiratie van haar armen en van haar wang
de koorts. Geloken zijn haar oogleden twee blauwe bloemen.
Heel zacht ga ik nu opstaan; ik ga water putten, de koe
melken, vuur vragen bij de buren. Ik wil gekapt zijn en
gekleed voor zij de ogen opent.
O sluimer, blijf nog lang verwijlen tussen haar fraai-gewelfde
wimpers, verleng haar nachtelijk geluk met dromen die veel
goeds voorspellen.
Pour la danseuse aux crotales
IV De danseres met de crotalen
Aan je twee vederlichte handjes bind je je klinkende
crotalen, mijn lieve Myrrhinidion, en op je gazen kleed na
naakt, strek je dan je gespierde leden.' Wat ben je mooi zo
met geheven armen, gewelfde lendenen en karmozijnen
borsten!
En je begint: beurtelings komen je voeten neer, ze aarzelen
en glijden zacht en traag. Je lichaam plooit zich als een sjerp,
je streelt je huiverende huid, de wulpsbeid overstroomt jouw
lange, haast bezwijmde ogen.
Opeens, klepper jij de crotalen! Krom je nu op je gespitste
voeten, schudt met je lendenen en gooi òp je benen; maak
dat je ratelende handen alle begeerten verzamelen rondom
jouw wervelend lijf. ,
Wij juichen je met felle kreten toe, of je nu - over je
schouder lachend - met 'n siddering je schokkende, gespierde
billen trillen laat, of dat je - bijna languit achterover - golft
op het ritme van je herinneringen.
Pour l’Egyptienne
V De egyptische courtisanes
Met Plango ben ik op bezoek gegaan bij de egyptische
courtisanes, die wonen boven in de oude stad. Zij hebben
aardewerk amfora's, koperen dienbladen en gele rieten
matjes waarop zij zonder moeite hurken.
Hun kamertjes zijn stil en zonder scherpe hoek of kanten,
want opeenvolgend hebben vele lagen blauwe kalk de
kapitalen afgevlakt, de voet der muren afgerond.
Zij zitten onbeweeglijk met hun handen op hun knieën. Als
zij de pap aanbieden, mompelen ze: 'Geluk'. En als je ze
bedankt dan zeggen ze: ' 't Is dankzij u.'
Helleens verstaan ze wel, maar zij doen net of ze 't slecht
spreken om over ons te kunnen spotten in hun eigen taal;
maar - tand om tand - gaan wij in 't Lydisch verder en
plotseling zijn zij dan verontrust.
Pour remercier la pluie au matin
VI Regen in de ochtend
De nacht wijkt weg. Sterren verwijderen zich. De laatste
courtisanes zijn met minnaars naar hun huis gegaan. En ik
sta in de ochtendregen en schrijf hier deze verzen in het
zand.
Vol zijn de bladeren van schitterend water. Over de paden
stromen beekjes die de aarde en de dode bladeren met zich
voeren. En drup na druppel prikt de regen zijn gaatjes in
mijn zang.
Oh! Wat ben ik hier eenzaam en verdrietig! De allerjongsten
kijken niet naar mij; de alleroudsten zijn mij al vergeten.
't Is goed. Zij en de kinderen van hun kinderen zullen wel
mijn verzen kennen.
Dat kunnen Glykera, Myrtale en Thais niet zeggen op de
dag dat hun nu mooie wangen ingevallen zijn. Degenen die
na mij zullen beminnen, zullen samen mijn strofen zingen.
Voor het gebruik van de gedichten
op deze site is toestemming gevraagd aan de uitgevers. Overname,
verveelvoudigen en/of openbaar maken door middel van druk, fotokopie, microfilm
of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van
de rechthebbenden op het auteursrecht is verboden.