Voor het gebruik van de gedichten op deze site is toestemming gevraagd aan de uitgevers. Overname, verveelvoudigen en/of openbaar maken door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbenden op het auteursrecht is verboden.

DERTIG EEUWEN

Voor mijn leerlingen

Toen Patroklos gelegd was op de baar,
werd hij door alle jongens uitgedragen.
Ik zag hen kinderlijk de dode schragen,
een haag van jonge eiken naast elkaar.

Maarts voorjaar joeg de wolken langs het goud.
Er donderde een phalanx straaljagers over,
toen op de brandstapel omfloerst met lover
zij hem legden en de vlam sloeg in het hout.

Myriaden jaren op de palm der hand. -
Ik dorst niet opzien naar wie was ter zijde,
lieflijk en stil, Briseïs aller tijden,
toen hij verbrand werd in dit lage land.

Ida Gerhardt.

Uit : Verzamelde gedichten.
Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1980.


Rouw

Ik ben een nutteloze last der aarde:
mijn vriend, mijn enige, heb ik verloren.
Hij ligt verslagen die mij trouw bewaarde.
Wij hadden elkander tot een vriend verkoren.

Verdoemd de dageraad die dit onheil baarde,
verdoemd de dag dat zelf ik ben geboren.
Mijn vriend, mijn enige, heb ik verloren.
Ik ben een nutteloze last der aarde.

Verdeelt tesamen wat ik mij vergaarde
en kome mij geen laf beklag ter ore.
Mijn zwaard, mijn schild, zij zijn mij zonder waarde.
Gaat van mij heen - ik wil zijn naam niet horen.
Ik ben een nutteloze last der aarde.


Ida Gerhardt
Uit: Verzamelde gedichten.
Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1980.

Voor het gebruik van de gedichten op deze site is toestemming gevraagd aan de uitgevers. Overname, verveelvoudigen en/of openbaar maken door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbenden op het auteursrecht is verboden.