| Van Epos tot Opus; de schrijvers
Homerus
Homerus was een Griekse dichter en verhalenverteller, die leefde
rond ca. 800 - ca. 750 v. Chr. Hij werd geboren op het eiland Chios.
Behalve dat hij blind was, is er niets over zijn persoon en leven
bekend. Ook zijn tijd en de omstandigheden waarin hij leefde blijven
grotendeels in nevelen gehuld. Een logische gevolgtrekking uit het
feit van zijn handicap kan zijn dat hij om de kost te verdienen
verhalen verzamelde; die liet hij waarschijnlijk door iemand anders
opschrijven, maar zeker is dat niet. De Ilias en de Odyssee,
zijn belangrijkste werken en tevens de oudst bekende en bewaarde
literaire werken van de Griekse letterkunde, zijn epische vertellingen
in dichtvorm. Ze beschrijven elk vanuit een hele andere invalshoek
de strijd om Troje, een stad in het noordwesten van Klein-Azië.
Deze oorlog bestond reeds in de vorm van vele Trojaanse heldensaga.
De Ilias (zo genoemd naar de andere naam van Troje, Ilion)
beschrijft vooral de aanleiding tot de strijd (de schaking van Helena,
de dochter van Leda en Zeus, gehuwd met koning Menelaos van Sparta
door Paris, de zoon van koning Priamus van Troje), de veldtocht
onder leiding van Agamemnon en gebeurtenissen tijdens het beleg,
waaronder Achilles en zijn wraak op Hector.
Er is een korte samenvatting
van de Ilias opgenomen in het programma.
Ida Gerhardt
Dichteres Ida Gerhardt werd in 1905 geboren in Gorinchem. Haar vader
was directeur van de ambachtsschool. Ida volgde het Erasmiaans gymnasium
in Rotterdam. Hier was zij een leerling van de dichter Leopold,
door wie haar werk beīnvloed is. Gerhardt studeerde klassieke talen
en promoveerde in 1942 op een gedeeltelijke vertaling van 'rerum
natura' van Lucretius. Ze studeerde in Leiden en enige tijd in Utrecht.
Ze woonde tot 1951 in Kampen en werkte aan het gymnasium. Henk van
Ulsen heeft les van haar gekregen. In 1951 verhuisde ze naar Bilthoven.
Hier werkte ze als lerares klassieke talen aan de Werkplaats van
Kees Boeke. Later verhuisde ze naar Eefde. Haar werk is eenvoudig,
maar technisch heel knap en uiterst vormvast. In haar vroegste werk
vallen vooral de natuurgedichten (bijen) op.
Henk van Ulsen brengt de gedichten Rouw
en Dertig eeuwen.
Uit : Verzamelde gedichten. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van
Gennep, 1980.
Vasalis
De dichteres Vasalis, wiens werkelijke naam Margaretha Droogleever
Fortuyn-Leenmans is, werd op 13 februari 1909 in Den Haag geboren.
Haar Latijnse pseudoniem ontleende ze aan haar meisjesnaam. Ze studeerde
medicijnen te Leiden, vervolgens antropologie, en specialiseerde
zich ten slotte in de psychiatrie en neurologie. Aanvankelijk werkte
Vasalis als arts te Amsterdam, later als kinderpsychiater in Assen
en Groningen. Vasalis debuteerde in 1940 met de novelle Onweer.
Direct daarna verscheen haar eerste dichtbundel Parken en woestijnen
(1940), waarvoor zij in 1941 de Van der Hoogtprijs kreeg. In 1947
verscheen de bundel De vogel Phoenix en in 1954 Vergezichten en
gezichten. Van het begin af aan is haar poëzie een grote belangstelling
ten deel gevallen die resulteerde in een voor poëzie groot aantal
herdrukken. De dichter zoekt naar de samenhang, de harmonie in die
chaotische werkelijkheid en tracht de eenheid te herstellen door
het leggen van verbanden. Om deze reden werd Vasalis' poëzie wel
gekenmerkt als neosymbolistisch.
Van Vasalis klinkt het gedicht Aan
een boom in het Vondelpark.
Uit: Vergezichten en gezichten. Van Oorschot, 1954
Gerrit Kouwenaar
De dichter Gerrit Kouwenaar werd geboren
te Amsterdam op 9 augustus 1923. Hij bracht tijdens de bezetting
zes maanden door in Duitse gevangenissen, en werd na de
oorlog bedrijvig in de journalistiek. Kouwenaar was lid van de Experimentele
Groep in Holland en de Nederlandse vleugel van Cobra, tevens was
hij redacteur van ‘Podium’ en ‘De Gids`.
Hij heeft zich ontwikkeld tot een van de meest invloedrijke naoorlogse
Nederlandse dichters, met een kenmerkende eigen verstechniek en
beeldtaal, waarmee hij de lezer diep weet te raken.
Zijn werk is bekroond met de Jan Campertprijs in 1962, de Poëzieprijs
van de Gemeente Amsterdam in 1964, de Henriëtte Roland Holstprijs
in 1967, de P.C. Hooftprijs in 1970, de Prijs der Nederlandse Letteren
in 1989 en de VSB-poëzieprijs in 1997. Tevens kreeg hij in
2003 van de jury van de VSB-poëzieprijs een aparte vermelding
voor zijn bundel Totaal witte kamer.
Naast zijn oorspronkelijk oeuvre staan talrijke vertalingen van
toneelstukken op zijn naam, o.a. van Brecht, Dürrenmatt, Hochhuth,
Weiss, Kroetz, Sartre, Tennessee Williams, Stoppard, Osborne en
Pinter. Voor deze vertalingen kreeg hij in 1967 de Martinus Nijhoffprijs.
Henk van Ulsen brengt delen
uit zang 1 en zang 2 van Drie Heldenzangen.
Uit : Volledig volmaakte oneetbare perzik. Amsterdam,
Querido, 1978.
Pierre Louÿs
De franse schrijver Pierre Lou˙s (1870-1925), classicus en erudiet
van de oude stempel, vestigde omstreeks 1892 zijn naam in de letteren
met een vertaling van de gedichten en epigramrnen van Meleagros.
Ruim een jaar daarna publiceerde hij zijn bewerking van het complete
werk van de tot dan toe onbekende grieks-phoenicische dichteres
Bilitis. De Zangen van Bilitis (bij archeologische naspeuringen
gevonden in een grafkelder) sloegen om hun poëzie, maar ongetwijfeld
ook om de zoete decadentie van de lesbische en promiscue accenten,
onmiddellijk aan bij het fin de sičcle-publiek čn bij de critici.
Toen uitkwam dat Bilitis een uitvinding van Pierre Lou˙s zčlf was,
hadden veel wetenschappelijke en literaire commentatoren een moeilijk
ogenblik en velen van hen hebben Lou˙s zijn meesterlijke mystificatie
nimmer vergeven. Het publiek had er minder moeite mee. Lou˙s had
zijn Bilitis zoveel leven meegegeven, dat het lezende publiek het
verhaal van de mystificatie naast zich neerlegde en in Bilitis bleef
geloven.
Henk van Ulsen brengt de gedichten in
een vertaling van Ernst van Altena. Uit: Zangen
van Bilitis. Hilversum, Goosens, 1981.
Belcampo
De Nederlandse schrijver Belcampo (1902-1990) werd in Naarden geboren
als Herman Pieter Schönfeld Wichers. De vader van Belcampo was notaris.
Belcampo studeerde rechten in Amsterdam. Hij zwierf enkele jaren
door Europa en ging na terugkomst in Nederland werken op een notariskantoor.
Van 1937 tot 1949 studeerde hij vervolgens medicijnen. Hij was huisarts
in Bathmen en vanaf 1967 studentenarts in Groningen. Hij debuteerde
in 1923 in het studentenblad Propria Cures. Als schrijver nam Schönfeld
Wichers het pseudoniem Belcampo aan, dat een letterlijke vertaling
van Schönfeld in het Italiaans is. In 1935 verscheen zijn eerste
bundel: Verhalen. Zijn beroemdste verhaal is Het grote
gebeuren (1958), dat zich afspeelt in het stadje Rijssen op
de dag van het Laatste Oordeel. Het verhaal werd door Jaap Drupsteen
in 1975 voor de televisie bewerkt.
Belcampo schreef een omvangrijk oeuvre van fantastisch-romantisch
proza. De auteur schreef ook over Nederlandse schilderkunst en verzorgde
de rubriek Op de praatstoel in het Haarlems Dagblad. Belcampo
werd in 1960 onderscheiden met de cultuurprijs van de stad Groningen
en in 1983 met de Tollensprijs. Belcampo had kostelijk dwaze invallen,
hij schreef met bluf en overtuiging, hij deinsde ook voor het onwaarschijnlijke
niet terug, hij kietelde op de juiste plaats.
Henk van Ulsen brengt een eigen bewerking
van het verhaal Bekentenis. Uit: Bevroren Vuurwerk. Querido,
1963
|