english font home contact sitemap search
           
   
Romantisch programma

Ludwig van Beethoven
(1770 - 1827)
  Kwintet in Es opus 16 (1797)
Grave-allegro, ma non troppo
Andante cantabile
Rondo: allegro ma non troppo
(hobo - klarinet - fagot - hoorn - piano)
Camille Saint-Saëns
(1835 - 1921)
  Caprice sur des airs Danois et Russes opus 79 (1887)
(fluit - hobo - klarinet - piano)
Ludwig Thuille
(1861 - 1907)
  Sextet opus 6 (1891)
Allegro moderato
Larghetto
Gavotte, andante, quasi allegretto
Finale, vivace
(fluit - hobo - klarinet - fagot - hoorn - piano)

Het Kwintet voor piano en blazers opus 16 is een van de belangrijkste werken uit Beethovens eerste periode. Het werk is wellicht in 1796 besteld door enkele Praagse blazers, waarmee de componist tijdens een concertreis van dat jaar een uitvoering gegeven kan hebben van - ook dat is onzeker - Mozarts Kwintet in Es, KV 452. Hoe het ook zij, Mozarts werk - dat het Hexagon Ensemble eveneens vastlegde op cd (Arsis, AC 10-99067-2) - was in elk geval het voorbeeld waarnaar Beethoven zijn befaamde Pianokwintet in dezelfde toonsoort modelleerde. Veel valt te zeggen over de overeenkomsten met Mozarts opus, maar de verschillen zijn niet minder frappant. Gaat het bij Mozart om pure kamermuziek, Beethoven lijkt een pianoconcert in kleine bezetting geschreven te hebben. Bovendien is Beethovens muziek op grotere schaal opgezet, met name het eerste deel dat ongeveer de helft van het gehele werk beslaat. De grootse langzame inleiding verraadt duidelijk de invloed van Haydn, één van Beethovens leermeesters. Hier en verderop in het openingsdeel, bij de doorwerking, heeft de muziek een haast symfonische inslag en meer dan in welk ander vroeg werk lijkt Beethoven alvast een voorschot te nemen op de negen symfonieën die hij later zou schrijven. Net als het eerste deel is ook het lyrische Andante complexer van aard dan het overeenkomstige deel bij Mozart. Dit Kwintet wordt op uiterst luchtige wijze afgerond met een speels Rondo.
De eerste gedocumenteerde uitvoering van opus 16 is die van 6 april 1797 in Wenen, waarin Beethoven zelf de pianopartij voor zijn rekening nam. Beethovens leerling Ferdinand Ries noteerde in later jaren dat Beethoven na het fermate voor de eerste hervatting van het Rondo-thema een uitvoerige improvisatie ten beste gaf op het thema. Beethoven ging zo lang door met zijn ingelaste cadens dat de vier blazers enkele keren in verwarring raakten en vergeefs hun instrument aan de mond zetten, waarbij de befaamde hoboïst Ramm zich zichtbaar zat te ergeren. De anekdote van Ries onderstreept nog eens het concertante element van de pianopartij. Het Kwintet zou zich net als het eerder genoemde Septet in een grote populariteit gaan verheugen. Het werk werd tijdens Beethovens leven met grote regelmaat uitgevoerd, onder andere tijdens het afscheidsconcert van Beethovens goede vriend Schuppanzigh, die in 1816 naar Rusland vertrok. De pianist van die uitvoering was de bekende virtuoos en componist Karl Czerny. Na dat concert kreeg deze collega een boze brief van Beethoven, die zich - bijna twintig jaar na zijn eigen extra cadens - niet kon vinden in de vele versieringen die Czerny had aangebracht. Een andere geruchtmakende uitvoering van opus 16 tijdens Beethovens leven vond plaats in de eerste jaren van de negentiende eeuw, waaraan werd meegewerkt door de beroemde hoornist Johann Wenzel Stich, beter bekend onder de Italiaanse vorm van zijn naam: Giovanni Punto.

Saint-Saëns studeerde piano, orgel en compositie aan het Parijse conservatorium. Reeds in 1846 trad hij in Parijs als concertpianist op en in 1853 voltooide hij zijn eerste symfonie, die nog in hetzelfde jaar werd uitgevoerd. Hij was in 1871 medeoprichter van de Société nationale de Musique (waarvan o.a. Lalo, César Franck, Bizet en Massenet lid waren) ter bevordering van uitvoering van eigentijdse Franse muziek. Na 1877 wijdde hij zich vnl. aan het componeren; daarnaast maakte hij talrijke concertreizen als pianist, organist en dirigent van eigen werk. Saint-Saëns was een vruchtbaar schrijver en verdedigde in zijn artikelen over muziek, o.a. voor het tijdschrift Voltaire, de Franse School en toonde zich een fervent tegenstander van Wagner en het impressionisme. Zijn werken hadden aanvankelijk in Duitsland, waar Liszt zich ervoor inzette, meer succes dan in Frankrijk. Door het vasthouden aan de klassieke traditie en door zijn evenwichtige en doorzichtige stijl, waarin groot technisch kunnen zich verbindt met koele elegantie en architectonische strengheid, laat Saint-Saëns zich karakteriseren als een classicist. Daarnaast liet hij zich inspireren door de Franse mode van zijn tijd en schreef hij vele Spaanse en exotische composities. Door de duidelijk te herkennen inspiratiebronnen als Liszt, Schumann, Berlioz, Mendelssohn, Meyerbeer, Gluck en Händel) draagt het werk van Saint-Saëns ten dele een eclectisch karakter. Zijn historisch besef kwam ook tot uitdrukking in het gebruik van 14de-eeuwse Frans dansvormen. Aan het eind van zijn leven ontwikkelde hij, evenals Fauré, een strenge en sobere stijl. Saint-Saëns was geen baanbreker van nieuwe wegen in de muziek. Niettemin toont hij in zijn beste en bekendere werken een eigen stijl en grote oorspronkelijkheid, o.a. in de verscheidenheid van ritme: onafgebroken syncopen hebben vaak maatverschuivingen tot gevolg. Saint-Saëns schreef zijn bekoorlijke Caprice sur des Airs Danois et Russes voor fluit, hobo, klarinet en piano ter gelegenheid van een concertreis naar Rusland. Het werk is opgedragen aan de oorsponkelijk uit Denemarken afkomstige echtgenote van Tsaar Alexander III van Rusland. In dit werk worden virtuositeit en romantische espressiviteit op zeer kundige wijze gecombineerd.

Ludwig Thuille is geboren in Bozen in 1861. Op vijftienjarige leeftijd ging hij studeren bij Joseph Pembaur aan het conservatorium van Innsbruck. Na drie jaar vertrok hij naar München om zijn studie voort te zetten bij onder andere Joseph Rheinberger. Bij Rheinberger studeerde hij orgel, contrapunt en compositie. In 1883 kreeg hij een aanstelling als in docent in München en werd een van de vertegenwoordigers van de door Rheinberger gestichte Münchener Schule. In Thuilles veelzijdige oeuvre neemt de kamermuziek een belangrijke plaats in. Een van zijn belangrijkste kamermuziekwerken is het Sextet opus 6 voor 5 blazers en piano. Dit werk is geschreven in een typisch laat-romantisch idioom en het was zijn vriend Richard Strauss die Thuille ertoe aanspoorde om dit werk te voltooien. De stijl van Ludwig Thuille kan het best worden omschreven als behoudend romantisch. Hij voelde zich meer verwant met Johannes Brahms dan met tijdgenoten als Mahler en Schönberg. Zijn Sextet opus 6 vertoont een buitgengewone inventiviteit en is met groot vakmanschap geschreven.


Meer informatie over Beethoven en zijn Kwintet in Es opus 16 vindt u bij de achtergrondinformatie van de cd met werken van Beethoven.
 



<< Terug naar overzicht
<< vorige | volgende >>

Over dit programma:


Van dit programma op cd:




De Cd met werken van Beethoven en de cd Kwintetten van Mozart en Spohr kunnen op deze site worden besteld.
Cd Beethoven >>

Cd Mozart/Spohr >>


Luister naar het derde deel (Rondo, fragment) van het Kwintet in Es groot Op. 16 van Beethoven >>

Voor meer informatie over de concerten en bijbehorende programma's, zie concertlijst >>

Printversie van dit programma