|
|
|
Duits programma
Friedrich Witt
(1770 - 1836) |
|
Kwintet in Es
opus 5 (1807)
(hobo - klarinet - fagot - hoorn -
piano) |
 |
 |
 |
Paul Hindemith
(1895 - 1963) |
|
Kleine
Kammermusik opus 24 nr. 2 (1922)
Lustig. Maessig schnelle Viertel
Walzer. Durchweg sehr leise
Ruhig und einfach. Achtel
Schnelle Viertel
Sehr Lebhaft
(fluit - hobo - klarinet - fagot -
hoorn) |
 |
 |
 |
Ludwig Spohr
(1784 - 1859) |
|
Kwintet
in c opus 52 (1820)
Allegro moderato
Larghetto con moto
Menuetto; allegretto
Finale; allegro molto
(fluit - klarinet - fagot - hoorn -
piano) |
Friedrich Witt werd op
8 november 1770 in Hallenbergstetten (bij Bad Mergentheim) geboren
en is een maand ouder dan Ludwig van Beethoven. In 1790 werd hij aangesteld
als violist in de kapel van de vorst van Oettingen-Wallerstein, een
jaar nadat Antonio Rosetti dit uitstekende orkest had verlaten. Tussen
1796 en 1802 maakte Witt uitgebreide reizen.
In 1802 schreef hij het oratorium der leidende Heiland. Met
dit werk had hij zoveel succes dat hij tot 'Kapellmeister der bischöflichen
Kapelle' benoemd werd. Vanaf 1814 tot zijn dood in januari 1836 was
hij als kapelmeester aan het Würzburger Theater verbonden. Zijn werken
omvatten talloze opera's, oratoria, symfonieën, cantates en kamermuziek,
waaronder het prachtige Kwintet in Es.
Paul Hindemith startte met zijn Kammermusik
een totaal nieuwe manier van muziek maken dan in het Duitsland van
1922 gebruikelijk was. Min of meer parallel met Stravinsky stapte
hij als 27-jarige uit de symfonische traditie: hij liet het orkestrale
apparaat voor wat het was en schreef voor een kleine groep musici.
De bezetting van zo'n groepje is min of meer vergelijkbaar met de
jazz- en dansmuziekbandjes die in de jaren twintig ook in Duitsland
hun intrede hadden gedaan. Het is niet toevallig dat Hindemith,
op zoek naar vitale helderheid, een ritmische muziek componeerde die
zich vrijelijk bedient van jazz-, zigeuner- en klassieke invloeden.
Het Kwintet in c opus 52 van Ludwig Spohr
heeft een virtuoze pianopartij, zonder de indruk te wekken dat de
pianist een solistenrol speelt. Spohr componeerde
het Kwintet om zijn vrouw Dorette, die door haar slechte gezondheid
haar instrument harp niet meer kon besplen, aan de piano te krijgen.
Hij slaagde hierin: bij de première in 1820 speelde Dorette de pianopartij.
Op enkele punten week Spohr in zijn kwintet
af van het model dat Mozart en Beethoven hadden gebruikt. Opus
52 is vierdelig en niet driedelig, zoals de twee eerdere kwintetten
en bovendien werd de hobo vervangen door de fluit. Met Mozarts muziek
heeft het werk uit 1820 gemeen dat het pure kamermuziek is met een
pianopartij die weliswaar uiterst virtuoos is, maar die desondanks
niet de indruk wekt van een solo-concert zoals bij Beethoven. Net
als KV 452 heeft Spohrs opus een krachtige
opening. Hierin laten de vijf instrumenten gelijk het hoofdthema horen.
Aansluitend volgt een briljant allegro dat in stijl soms herinnert
aan Hummel. Nu eens wordt de piano met soli afgezet tegen de blazers,
dan weer krijgt hij een meer ondersteunende rol. Meer dan tien minuten
lang weet Spohr de vaart erin te houden en
een aantrekkelijke vitaliteit aan het geheel te geven. Hoogtepunt
ook hier is het kleurrijke en sfeervolle langzame deel, dat iets heeft
van een nocturne. Anders dan bij Mozart en Beethoven klinkt voor de
finale nog een menuet. Alleen door de naam herinnert dit deel aan
de achttiende-eeuw, want wat we hier horen lijkt vooruit te lopen
op de gracieuze en bedachtzame scherzi die Brahms in zijn symfonieën
plaatste. Het deel heeft nog een klassiek trio, dat vreemd genoeg
vrijwel helemaal aan de piano werd toebedeeld. De levendige finale
rondt dit gave stuk kamermuziek op overtuigende wijze af. Zoals Spohr
gehoopt had, studeerde Dorette het werk gelijk in en "het lukte haar
al binnen een paar weken om het lastige stuk tot haar en mijn tevredenheid
te spelen". Het echtpaar ging met onder andere dit werk op reis en
in de loop van 1820 en 1821 werd het een groot aantal keren uitgevoerd.
In Parijs maakte het veel indruk op Cherubini. Nadat Moscheles, een
bekend componist en piano-virtuoos, het werk gehoord had, gaf hij
er zelf ook nog een vertolking van in Parijs met leden van het vermaarde
Reicha-kwintet. Zonder zijn vrouw tekort te willen doen, moest Spohr
bekennen dat dit, door de energieke aanpak van Moscheles en
de bravoure die hij de muziek gaf, de mooiste uitvoering was die hij
ooit van het stuk hoorde. Na mevrouw Spohr
en Moscheles namen andere pianisten het kwintet op hun repertoire.
Niemand minder dan Chopin vond het een charmant zij het erg lastig
stuk. Na het tijdperk van de negentiende-eeuwse virtuozen raakte Spohrs
muziek in vergetelheid, totdat de kwaliteiten van bijvoorbeeld opus
52 in onze tijd weer werden herkend.
Meer informatie over Ludwig Spohr en zijn Kwintet in c opus 52
vindt u bij de achtergrondinformatie
van de cd met kwintetten van Mozart en Spohr.
|
|
|
|