|
|
Frans programma 2
Het leek alsof Albert Roussel
aangetrokken werd door instrumentencombinaties die van de standaard
afweken. De ongebruikelijke combinaties maken dat deze muziek, die
het absoluut waard is gehoord te worden, slechts weinig is uitgevoerd.
Het Divertissement valt in deze categorie; het voegt piano
toe aan het traditionele blaaskwintet. In het Divertissement
horen we onmiskenbaar Roussels eigen muziekstijl. De muziek is vrolijk,
ritmisch op een eigenwijze manier, transparant en bovenal bescheiden.
Eigenschappen die ook in de kamermuziek die hij in de jaren daarop
schreef, terug zijn te vinden.
Gevoel voor verfijning in klank en harmonie is een van de belangrijkste
kenmerken in het oeuvre van Claude Debussy.
Zijn Six Épigraphes Antiques, gebaseerd op de gedichten Les
Chansons de Bilitis van Pierre Louÿs, zijn van een kleurrijk raffinement.
Het min of meer ondefinieerbare timbre van de blaasinstrumenten en
hun steeds wisselende kleurenpracht fascineerde Francis
Poulenc zijn leven lang. Het in 1926 geschreven Trio
voor hobo, fagot en piano is daar een prachtig voorbeeld van. Het
werk is onder andere gebaseerd op thema's van Haydn en Saint-Saëns
en het langzame middendeel doet Mozartiaans aan. Het prachtige Sextuor
behoort tot de absolute hoogtepunten uit de kamermuziekliteratuur.
Jean Françaix en Poulenc zitten op praktisch
dezelfde muzikale golflengte: hun notenbeeld is helder, speels en
waar mogelijk een tikkeltje uitdagend. Zoals in Françaix's quasi-pastorale
l' Heure du Berger, waarin hij de jongere, de rijpe en de oudere generatie
uit zijn geboorteland een bijna onbarmhartige spiegel voorhoudt.
Meer informatie over Francis Poulenc vindt u bij de achtergrondinformatie
van de cd met werken van Auric, Satie, Poulenc, Koechlin en Milhaud.
|
|
|