|
|
|
The French Connection
Het leek alsof Albert Roussel
aangetrokken werd door instrumentencombinaties die van de standaard
afweken. De ongebruikelijke combinaties maken dat deze muziek, die
het absoluut waard is gehoord te worden, slechts weinig is uitgevoerd.
Het Divertissement valt in deze categorie; het voegt piano
toe aan het traditionele blaaskwintet. In het Divertissement horen
we onmiskenbaar Roussels eigen muziekstijl. De muziek is vrolijk,
ritmisch op een eigenwijze manier, transparant en bovenal bescheiden.
Eigenschappen die ook in de kamermuziek die hij in de jaren daarop
schreef, terug zijn te vinden.
André Caplet is een leerling en vriend van
Debussy. Caplet componeert aanvankelijk in
een impressionistisch idioom. Geleidelijk maakt hij zich hiervan los
en ontwikkelt een stijl met zuivere lijnen en een heldere architectuur.
Dit authentieke karakter is ook in zijn vroege Kwintet uit
1898 al duidelijk hoorbaar.
Claude Debussy is de eerste en belangrijkste
vertegenwoordiger van het impressionisme. De manier waarop hij vorm
gaf aan zijn muzikale ideeën was geheel eigen en toch wortelend in
de traditie. Gebaseerd op de Chansons de Bilitis van de Franse
dichter Pierre Louÿs schreef hij in 1914 zijn Six Épigraphes Antiques
voor piano quatre-mains. Arie Boers arrangeerde dit werk op uiterst
verfijnde wijze voor fluit, hoorn en piano.
De Rhapsody opus 70 uit 1922 van Joseph Jongen is een helder voorbeeld
van het vermogen tot synthese van allerlei invloeden. Daarmee komt
Jongen dicht in de buurt van Mozart die al reizend door Europa ook
allerlei invloeden onderging en tranformeerde in een zeer persoonlijk
handschrift. Dit klinkende werkstuk heeft de klassieke bezetting van
het blazerskwintet: fluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn, vermeerderd
met het klavier.
|
|
|
|