Programma
In het spoor van de Maestro
W.A. Mozart
(1756-1791) |
|
Kwintet in Es
KV 452 (1784)
Largo-moderato
Larghetto
Allegretto
(hobo - klarinet - fagot - hoorn -
piano) |
 |
 |
 |
Jean Françaix
(1912 - 1998) |
|
L'Heure du Berger
(1944)
Les Vieux Beaux; moderato
Pin-Up Girls; andante molto serioso
Les petits nerveux; allegro assai
(fluit - hobo - klarinet - fagot -
hoorn - piano) |
 |
 |
 |
Camille Saint-Saëns
(1835 - 1921) |
|
Caprice
sur des airs Danois et Russes opus 79 (1887)
(fluit - hobo - klarinet - piano) |
 |
 |
 |
Joseph Jongen
(1873 - 1953) |
|
Rhapsody opus 70 (1922)
(fluit - hobo - klarinet - fagot- hoorn
- piano) |
In het spoor van de maestro
Van je vakgenoten moet je het niet altijd hebben.
Toch zou Wolfgang Amadé vergenoegd hebben
opgekeken -zo ijdel was hij wel- als hij had geweten wie van hen
hem ook na zijn dood in ere zouden houden!
Van Joseph Haydn is het bekend. Hij gaf al tijdens Mozarts leven
hoog op van dienst kunst. Maar laten - toevallig of niet - ook de
drie componisten die samen met Wolfgang Amadeus dit programma bepalen
vurige Mozartadepten zijn geweest.
Camille Saint-Saëns bezat een handschrift
van maestro Mozart dat hij naliet aan het museum van de stad Dieppe,
waar het sindsdien zorgvuldig wordt gekoesterd. Saint-Saëns' zonnige,
zeg gerust elegante schrijfwijze plaatst hem in de traditie van
de 18e-eeuwse toonkunst en haar klankidealen. Zijn Caprice sur
des airs danois et russes uit 1887 is overigens bedoeld als
hommage aan een andere grootheid: de tsarina Maria Feodorovna -van
geboorte een Deense prinses- voor wie hij tijdens een concertreis
naar St. Petersburg dit gevoelvolle en bij tijden zeer virtuoze
variatiewerk voor fluit, hobo, klarinet en piano heeft geschreven.
Jean Françaix bewonderde Mozart al even
vurig maar zijn toonspraak is meer van de 20e eeuw. In het effect
van zijn composities, een mengeling van gallische luchthartigheid
en onverwacht ingekeerde momenten, lijkt hij echter verdraaid dicht
in de buurt te komen van het grote idool. Flitsend, virtuoos en
hier en daar een tikkeltje uitdagend geschreven is het quasi-pastorale
l'Heure du Berger (1944), waarin de componist het vrouwelijke
deel van la douce France (jong, rijp, oud) een bijna onbarmhartige
spiegel voorhoudt.
Joseph Jongen laat het nooit zover komen.
Vergeleken met beide voorgangers is hij gereserveerder. Meer cosmopoliet
dan Saint-Saëns, minder flamboyant dan Françaix bewandelt hij in
zijn composities de gulden middenweg, zonder echter een moment saai
te worden. Zijn Rhapsody opus 70 uit 1922 is een helder voorbeeld
van het vermogen tot synthese van allerlei invloeden. Daarmee komt
hij dicht in de buurt van Wolfgang Amadeus die al reizend door Europa
ook allerlei invloeden onderging en tranformeerde in een zeer persoonlijk
handschrift. Bij Jongen heeft het klinkende werkstuk de klassieke
bezetting van het blazerskwintet: fluit, hobo, klarinet, fagot en
hoorn, vermeerderd met het klavier.
Dezelfde combinatie van instrumenten, inclusief de piano maar minus
de fluit, verleidde Mozart tot het schrijven
van een van zijn mooiste werken: het Kwintet in Es, KV 452.
Zelf hield hij het voor het beste wat hij in zijn leven (tot dan
toe) had geschreven, meldt hij aan vader Leopold in een brief, gedateerd
10 april 1784.
Wenen ligt aan zijn voeten, de opdrachten stromen binnen; aan leerlingen
heeft hij geen gebrek. Het zijn Mozarts gouden jaren. Helaas duren
ze amper drie jaren.
Voor de ontwikkeling van het genre: het concert als wedijver tussen
blazers, strijkers en het klavier vormt KV 452 echter de onmisbare
schakel.
Ton Gijsbers
Meer informatie over Mozart en zijn Kwintet in
Es KV 452 vindt u bij de achtergrondinformatie
van de cd met kwintetten van Mozart en Spohr.
|
|