Programma
Europese Meesters
Een programma met meesterwerken uit de literatuur
voor blazers en piano.
Drie werken in drie verschillende bezettingen.
Alle werken in dit programma zijn door het Hexagon Ensemble eerder
op cd opgenomen.
Wolfgang Amadeus
Mozart (1756-1791) |
|
Quintet in E flat major KV 452
(1784)
hobo - klarinet - fagot - hoorn - piano |
 |
 |
 |
Francis Poulenc (1999-1963)
|
|
Sextuor (1932-1939)
fluit - hobo - klarinet - fagot - hoorn - piano |
| |
 |
 |
Nicolai
Rimsky-Korsakov (1844-1908) |
|
Quintet In B flat major opus
posth. (1876)
fluit - klarinet - fagot - hoorn - piano |
Het
prachtige Kwintet KV 452 van Mozart
voor hobo, klarinet, fagot, hoorn en piano werd voor het eerst uitgevoerd
op 1 april 1784. Op 10 april gaf de componist in een brief aan zijn
vader een indruk van de première: "Ik had twee concerten
gecomponeerd en nog een kwintet, dat een geweldig applaus kreeg:
zelf beschouw ik het als het beste werk dat ik tot nu toe heb geschreven”.
Als
er één ding typerend is voor de muziek van Poulenc
is het wel een naadloos samengaan van een neo-classicistische houding
- tot uitdrukking komend in een voorliefde voor vormen uit de barok
en het classicisme - en een smaakvol 'esprit Français'. Van
het beroemde Sextuor voor fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn en
piano van deze grootmeester bestaan twee versies. De componist voltooide
het stuk in 1932, maar herzag het zeven jaar later grondig. In dit
werk, dat met recht één van de belangrijkste werken
voor deze bezetting genoemd mag worden, toont Poulenc zijn grote
liefde voor blaasinstrumenten.
Het
Kwintet van Rimsky-Korsakov
voor fluit, hobo, klarinet, fagot en piano is geschreven in een
typisch Russisch idioom. Het openingsdeel valt met de deur in huis
door de krachtig ritmische beweging met, naast het stuwende openingsmotief,
een tweede vloeiender thema. Het middendeel wordt door de hoorn
ingezet met een solo, die door de andere blazers wordt overgenomen.
Halverwege het langzame deel is een fugato voor de blazers. Net
als met de fuga's voor piano uit dezelfde tijd wilde Rimski hiermee
wellicht zijn vakmanschap tonen. Hij was er in elk geval zo tevreden
over dat hij deze passages met nadruk in zijn memoires noemt. Met
een vrolijkheid die herinnert aan het openingsdeel gaat de dartele
beweging van het Rondo van start. Elk van de musici, behalve de
fagottist, krijgt in dit deel de kans te schitteren in vier korte
soli, die van elkaar gescheiden zijn door arpeggio's in de piano.
|
|