english font home contact sitemap search
           
 
De Noordse Combinatie/Nordic Combined

In dit programma combineert het Hexagon Ensemble op verrassende wijze werken van verschillende componisten uit Noord Europa. Grote namen worden afgewisseld met minder bekende en vaak ten onrechte vergeten componisten. Kortom: een programma dat nieuwsgierig maakt.

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

  Caprice sur des airs Danois et Russes opus 79 (1887)
fluit-hobo-klarinet-piano
Franz Berwald (1796-1868)
  Quartett opus 1 in Es groot (1819)
klarinet-fagot-hoorn-piano
 
Arvo Pärt (b. 1935)
  Quintettino opus 13 (1964)
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn
pauze
Jean Martin de Ron (1789-1817)
  Quintett opus 1 in Es groot
fluit-klarinet-fagot-hoorn-piano
     
Bernard Henrik Crusell (1775-1838)   Pot-pourri - Concert Trio (1808)
klarinet- fagot-hoorn
     
Niels Viggo Bentzon (1919-2000)   Watermusic 11 opus 528 (1988)
fluit-hobo-klarinet-fagot-hoorn-piano


Toelichting
Een vreemde eend in de bijt temidden van deze noordeuropeanen is de Franse componist Camille Saint-Saëns. Hij schreef zijn charmante en virtuoze ‘Caprice sur des airs Danois et Russes’ ter gelegenheid van een reis naar Rusland. Het werk is opgedragen aan de echtgenote van Tsaar Alexander de Derde van Rusland. Zij was van Deense komaf en om die reden kreeg het werk een plaats in dit programma.

In het kwartet voor blazers en piano toont de Zweedse componist Franz Berwald al op jonge leeftijd zijn meesterschap. Berwald studeerde in Berlijn en woonde enige tijd in Wenen. Hoewel in zijn eigen land de waardering voor hem tijdens zijn leven uitbleef, heeft Franz Berwald toch een beslissende invloed gehad op de ontwikkeling van de symfonische muziek in Zweden. In dit werk voor de ‘lage blazers’ van het Hexagon Ensemble is vooral de affiniteit van Berwald met het Duitse romantische idioom van o.a. Mendelssohn hoorbaar.

Met het Quintettino van de uit Estland afkomstige Arvo Pärt wordt het gedeelte voor de pauze afgesloten. Hij componeerde dit blaaskwintet een jaar na zijn afstuderen aan het conservatorium van Tallinn. Dit driedelige werk -met een humorvol derde deel- laat zien dat Pärt zich aan het begin van zijn carrière op één lijn bevond met de Europese avant-garde. Seriële technieken en muzikale citaten, zoals bijvoorbeeld het beroemde
BACH-motief, maken deel uit van dit werk en wijzen vooruit naar zijn latere werk.

De Zweed Jean Martin de Ron was niet alleen componist maar ook handelsman. Voor zijn werk -hij was in dienst van zijn vaders bank- maakte hij vele reizen naar Europese steden. Dit stelde hem in de gelegenheid om kennis te maken met de muziek in o.a. Engeland, Nederland en Portugal. In zijn composities zijn invloeden te horen van Beethoven, Spohr en Von Weber. Veel van zijn werken getuigen desondanks van een onafhankelijkheid en volwassenheid die opmerkelijk zijn gezien zijn amateurstatus en vroege dood. In zijn kamermuziek experimenteerde hij met nieuwe vormen van harmonische, melodosche en ritmische expresie.

Bernhard Henrik Crusell werd geboren in Finland in een familie van boekbinders, die maar weinig interesse toonde voor zijn muzikale ambities. Hij leerde zichzelf klarinet spelen en kreeg een aangestelling in de plaatselijke militaire kapel waar hij later dirigent werd. In Stockholm, waar hij de rest van zijn leven zou blijven, kreeg hij compositieles van Abbé Vogler. Zijn reputatie groeide snel; hij kreeg zelfs uitnodigingen uit St-Petersburg en Parijs, waar hij nog studeerde bij Lefévre and Gossec. Zijn kamermuziek, die hij meestal voor eigen gebruik en voor zijn collega’s in het orkest schreef, getuigt van groot vakmanschap. De in dit programma opgenomen Pot-pourri heeft een diverterend karakter en doet een groot beroep op de instrumentale beheersing van de spelers.

De Deense componist en pianist Niels Viggo Bentzon groeide op in een familie van musici. Zijn opleiding (piano, orgel en muziektheorie) kreeg hij op het conservatorium van Kopenhagen maar als componiste was hij grotendeels autodidact. Ondanks deze achtergrond werd hij toch voornamelijk bekend als zeer productief componist en wordt hij inmiddels gerekend tot de grote Deense componisten. Aanvankelijk liet hij zich inspireren door Brahms en Nielsen, later door Britten, Schönberg, Berg en Stravinsky. Ondanks deze invloeden van anderen kenmerken zijn werken zich toch door een uitgesproken persoonlijke stijl.

 



<< Terug naar programma's
volgende programma >>