|
|
|
Engels
programma
Georges Onslow stamt oorspronkelijk uit een
adellijke Engelse familie en werd vooral bekend door zijn kamermuziek.
Aan zijn talloze strijkkwartetten en -kwintetten ging een proces van
constante revisie vooraf na veelvuldige kamermuziekavonden met amateur-musici
uit zijn omgeving. Pas daarna werd het nieuwe werk geschikt geacht
voor uitvoering tijdens het winterseizoen in Parijs. Onslow's kamermuziek
is voornamelijk voor strijkers geschreven. Toch schreef hij enkele
werken voor blazers waaronder het fraaie Kwintet opus 30 uit
1826. Enkele jaren voor zijn dood schreef hij nog drie blaaskwintetten
(opus 81) en enkele kamermuziekwerken met blazers voor grotere bezettingen.
Gustav Holst werd geboren te Cheltenham op een herfstdag in 1874 uit
een verengelste Zweeds-Duitse familie. Al op zeer jonge leeftijd leerde
hij piano spelen. Hij studeerde aan het Royal College of Music - waar
hij in 1919 professor zou worden - kreeg er compositieleer van Stanford
en studeerde er tevens trombone. Hij ontmoette er Ralph Vaughan Williams,
met wie hij vriendschap sloot. Ralph had een grote invloed op Holsts
persoonlijkheid en componeerstijl. Tot aan zijn huwelijk in 1901 verdiende
Holst zijn boterham als trombonist. Daarna moest hij naar een veiligere
bron van inkomsten zoeken, en werd muziekleraar. Hij gaf onder meer
les aan de universiteit van Reading en aan het Royal College of Music.
In die periode componeerde Holst weinig. De werken die hij tot dan
toe geschreven had, waren in de Wagneriaanse stijl, maar dankzij de
invloed van Vaughan Williams ontwikkelde hij stilaan een eigen, persoonlijkere
stijl. Holst heeft zeker meer invloed gehad op de latere Engelse muziek
dan andere componisten van zijn generatie. Totaal onverwacht schreef
hij het werk dat hem in één klap beroemd zou maken: The Planets.
Hij componeerde deze suite naar aanleiding van een terloopse conversatie
over astrologie.
Als gevolg van een ongelukkige val was Holst vanaf 1923 niet meer
in staat tot lesgeven. Vanaf dan componeerde hij, op enkele uitzonderingen
na, eerder sombere werken (Fugal Concerto & Overture).
In 1934 ging zijn gezondheid er sterk op achteruit en hij stierf op
59-jarige leeftijd, op 25 mei van datzelfde jaar. Het Piano Kwintet
schreef Holst toen hij nog student was aan het Royal College of Music.
Mogelijk wilde hij zelf de pianopartij spelen in een studentenensemble,
maar door een zenuwontsteking was hij genoodzaakt de piano op te geven
en werd de trombone zijn hoofdinstrument. Het werk lijkt nooit te
zijn uitgevoerd; in zijn eigen lijst met composities schreef Holst
'De partituur is naar klarinettist Clinton verstuurd en nooit geretourneerd'.
Toen de partituur zo'n 70 jaar later opdook, was het een onbekende
onder het oeuvre van Holst.
Gordon Jacob studeerde net als Holst aan
het Royal College of Music te Londen. Vanaf 1926 maakt hij deel uit
van de staf van het Royal College of Music waar hij tevens docent
compositie orkestratie en muziektheorie was tot aan zijn pensionering
in 1966. Hij hield zich vaak bezig met oude stijlen, o.a. met muziek
uit het tijdperk van Elizabeth I. Daarnaast dirigeerde hij provinciale
festivals en de Queens Hall Promenade Concerts. Hij was een kundig
instrumentator en schreef voornamelijk orkestwerken, liederen en cantates.
Zijn schrijfwijze is gematigd modern, ambachtelijk, helder, economisch
en direct. Het Sextet van Gordon Jacob vormt een in memoriam
voor zijn in 1955 overleden vriend, de engelse hoornist Aubrey Brain.
De initialen van Aubrey Brain keren in het hele werk voortdurend als
een 'Leitmotiv' terug in de vorm van de noten a - b of as - bes. De
cortège (begrafenisstoet) die centraal in het werk is geplaatst, vormt
Gordon Jacobs indrukwekkende afscheid van zijn vriend.
|
|
|
|