english font home contact sitemap search
           
 
Pianokwintetten van Mozart en Spohr


Mozart, Kwintet in Es voor piano, hobo, klarinet, hoorn en fagot, KV 452
Wie goed luistert naar de wijze waarop Mozart het orkest gebruikt, bijvoorbeeld in symfonieën of opera's, bespeurt daarin een bijzondere voorliefde voor de klank van blazers. Mozarts belangstelling voor blaasinstrumenten leverde de muziekgeschiedenis fraaie solo-concerten op voor fagot, fluit, hobo, hoorn, en klarinet. Daarnaast produceerde hij, zoals veel componisten in die tijd 'Harmonie-Musik', onderhoudende divertimenti en serenades voor blazers, in bezetting variërend van drie tot dertien instrumenten. Heel duidelijk komt Mozarts fascinatie met de kleur en mengmogelijkheden van vooral de houtblazers naar voren in de pianoconcerten uit zijn begintijd in Wenen. Een deel van hun charme danken die concerten aan de fraaie mengkleuren van de piano met solistische trekjes van de blazers.
Met die pianoconcerten in gedachten lijkt het haast vanzelfsprekend dat Mozart in dezelfde periode een werk componeerde voor piano en vier blazers. Tegenwoordig zal deze bezetting niemand als ongewoon voorkomen, maar voor die tijd was ze nieuw. De piano werd immers wel gecombineerd met strijkers en soms ook met een enkel solo-blaasinstrument, maar een ensemble van piano en vier blazers was onbekend. Het werk ontstond in een productieve periode, aan het eind van het seizoen 1783/'84. Mozart had dat jaar al een paar concerten op intekening gegeven en gezien het succes plande hij er een voor medio maart 1784 in het grote Weense Burgtheater. Omdat niet alle uit te voeren werken voltooid waren, werd het concert uitgesteld naar 1 april en op die datum werd, naast de pianoconcerten KV 450 en 451, het kwintet KV 452 voor het eerst uitgevoerd. Op 10 april gaf de componist in een brief aan zijn vader een indruk van de premières: "Ik had twee concerten gecomponeerd en nog een kwintet, dat een geweldig applaus kreeg: zelf beschouw ik het als het beste werk dat ik ooit heb geschreven. Wat had ik graag gewild dat u het had kunnen horen. Het werd bovendien schitterend gespeeld! Eerlijk gezegd was ik doodop na zoveel gespeeld te hebben, maar het strekt me tot eer dat het publiek er niet moe van werd."
Het mag opmerkelijk lijken dat Mozart, die in 1784 al de nodige meesterwerken op zijn naam had staan, KV 452 het beste noemt dat hij schreef. Al luisterend naar dit sprankelend kwintet, waar de spelers op die aprildag in 1784 vermoedelijk evenveel plezier aan beleefden als het publiek, wordt Mozarts tevredenheid verklaarbaar. Het kwintet is geschreven in Es, de toonsoort die ook Beethoven later zou gebruiken toen hij een vergelijkbaar werk schreef. Mozarts kwintet begint met een langzame inleiding waarin de piano wordt afgezet tegen blazersakkoorden. Te beginnen met de hoorn maken de blazers zich één voor één los van het ensemble. De spanning wordt geleidelijk aan opgebouwd voor de overgang naar het allegro. In het allegro treft de wisselwerking tussen de vijf instrumenten. Korte thema's komen naar voren, soms in vraag en antwoordvorm. Het verloop roept, net als in de eerder genoemde pianoconcerten, associaties op met Mozarts opera's. Sterker nog dan in het eerste deel wordt de verwantschap met de opera duidelijk in de lange lyrische frasen - hier en daar versierd met prachtige trillers - van het Larghetto. Op de mooi vloeiende beweging van het middendeel volgt een karakteristiek Mozartiaans rondo. Voor de coda plaatste Mozart een uitgeschreven cadens voor de vijf instrumenten, wat de indruk van spontaneïteit nog versterkt.

Spohr: Kwintet in c, voor piano, fluit, klarinet, hoorn en fagot, Opus 52
Nog voordat de achttiende eeuw ten einde liep kreeg Mozarts voorbeeld navolging in de vorm van Beethovens opus 16 uit 1796, dat naar KV 452 is gemodelleerd. Een kwart eeuw later werd de literatuur voor piano en blazers verrijkt met een derde kwintet, dat van Spohr. Ludwig Spohr was één van de meest gevierde musici van zijn tijd. Hij kreeg niet alleen veel waardering als violist en dirigent, maar hij werd tevens gezien als één van de grootste componisten van zijn tijd en zijn naam werd in de negentiende eeuw in een adem genoemd met die van Beethoven en Mendelssohn. Werd het belang van Spohrs composities in de negentiende eeuw overschat, in de twintigste eeuw schoot het oordeel - zoals dat vaker gaat bij het corrigeren van vertekende beelden - door naar de andere kant en werd zijn muziek afgedaan als oubollig. In de laatste jaren lijkt er echter een herwaardering op gang te komen voor zijn vakkundig gemaakte en goed in het gehoor liggende muziek.
Heel wat werken van Spohr, de vijftien vioolconcerten bijvoorbeeld, danken hun ontstaan aan de dubbelrol van componist èn uitvoerend musicus. Behalve voor zichzelf schreef Spohr muziek voor zijn vrouw Dorette, een bekend harpvirtuoos. Het kwintet opus 52 ontstond door een tragische wending in haar loopbaan, die Spohr uitvoerig beschreef in zijn memoires: "Er brak een droevige periode aan in mijn leven. Door de inspanningen van het inspelen van de nieuwe harp en door de gemengde gevoelens bij het laatste concert, voelde Dorette zich zo uitgeput en ziek dat ik zeer bevreesd werd dat zij getroffen zou worden door een derde zenuwaanval. Het werd de hoogste tijd om voor haar toekomst een zwaar besluit te nemen." Het besluit hield in dat Dorette moest worden overgehaald om "haar zenuwslopend instrument op te geven" en de piano, die zij vroeger heel goed bespeeld had, weer op te pakken. Om haar liefde voor de piano weer aan te wakkeren, begon Spohr ijlings aan het kwintet waarvan zij de eerste uitvoering zou geven. Nog voordat hij in 1820 voor een concertreis naar Londen ging, stond het eerste deel op papier. In Londen werkte Spohr verder aan wat hijzelf betitelde als een 'Pianofortekwintet met de concerterende begeleiding van blaasinstrumenten'.
Op enkele punten week Spohr af van het model dat Mozart en Beethoven hadden gebruikt. Opus 52 is vierdelig en niet driedelig, zoals de twee eerdere kwintetten en bovendien werd de hobo vervangen door de fluit. Met Mozarts muziek heeft het werk uit 1820 gemeen dat het pure kamermuziek is met een pianopartij die weliswaar uiterst virtuoos is, maar die desondanks niet de indruk wekt van een solo-concert zoals bij Beethoven. Net als KV 452 heeft Spohrs opus een krachtige opening. Hierin laten de vijf instrumenten gelijk het hoofdthema horen. Aansluitend volgt een briljant allegro dat in stijl soms herinnert aan Hummel. Nu eens wordt de piano met soli afgezet tegen de blazers, dan weer krijgt hij een meer ondersteunende rol. Meer dan tien minuten lang weet Spohr de vaart erin te houden en een aantrekkelijke vitaliteit aan het geheel te geven. Hoogtepunt ook hier is het kleurrijke en sfeervolle langzame deel, dat iets heeft van een nocturne. Anders dan bij Mozart en Beethoven klinkt voor de finale nog een menuet. Alleen door de naam herinnert dit deel aan de achttiende-eeuw, want wat we hier horen lijkt vooruit te lopen op de gracieuze en bedachtzame scherzi die Brahms in zijn symfonieën plaatste. Het deel heeft nog een klassiek trio, dat vreemd genoeg vrijwel helemaal aan de piano werd toebedeeld. De levendige finale rondt dit gave stuk kamermuziek op overtuigende wijze af.
Zoals Spohr gehoopt had, studeerde Dorette het werk gelijk in en "het lukte haar al binnen een paar weken om het lastige stuk tot haar en mijn tevredenheid te spelen". Het echtpaar ging met onder andere dit werk op reis en in de loop van 1820 en 1821 werd het een groot aantal keren uitgevoerd. In Parijs maakte het veel indruk op Cherubini. Nadat Moscheles, een bekend componist en piano-virtuoos, het werk gehoord had, gaf hij er zelf ook nog een vertolking van in Parijs met leden van het vermaarde Reicha-kwintet. Zonder zijn vrouw tekort te willen doen, moest Spohr bekennen dat dit, door de energieke aanpak van Moscheles en de bravoure die hij de muziek gaf, de mooiste uitvoering was die hij ooit van het stuk hoorde. Na mevrouw Spohr en Moscheles namen andere pianisten het kwintet op hun repertoire. Niemand minder dan Chopin vond het een charmant zij het erg lastig stuk. Na het tijdperk van de negentiende-eeuwse virtuozen raakte Spohrs muziek in vergetelheid, totdat de kwaliteiten van bijvoorbeeld opus 52 in onze tijd weer werden herkend door gezelschappen als het Hexagon Ensemble.

Niek Nelissen


Cd Mozart - Spohr

terug naar cd >>